Het Getijdenboek ontstond in de dertiende eeuw en ontwikkelde zich uit het Brevier (gebedenboek voor geestelijken) en werd vooral gebruikt voor lekendevotie. De gebeden werden op vaste tijden van de dag uitgesproken en werden daarom getijden (horae, uren) genoemd. De meeste Getijdenboeken werden gemaakt in opdracht van de adel en rijke burgerij en het bezit ervan werd gezien als een status symbool. In de loop van de veertiende en vijftiende eeuw werden Getijdenboeken in steeds grote hoeveelheden geproduceerd en door standaardisatie kon dit tegen steeds lagere prijzen dan voorheen. Getijdenboeken werden gemaakt in boekateliers door een team van kunstenaars. Afhankelijk van de smaak en rijkdom van de opdrachtgever werden ze eenvoudig of weelderig uitgevoerd, met soms vele miniaturen en rijke decoraties.

De kern van een Getijdenboek bestaat uit een aantal teksten die zijn ontleend aan het Brevier. Zo kon de adel en rijke burgerij zijn gebedsleven zoveel mogelijk aanpassen aan dat van de Kerk. Geestelijken stonden immers in direct contact met God en door hen zoveel mogelijk na te volgen, zou iets van deze heilswerking op de 'gewone' sterveling kunnen afstralen. Elk Getijdenboek begint met een kalender. Hierop staan alle heiligen plus de christelijke feestdagen. Behalve deze kalender en de aan het Brevier ontleende gebeden, konden er in een Getijdenboek ook psalmen, gezangen en hymnen zijn opgenomen en teksten voor bepaalde gelegenheden, zoals de herdenking van overledenen. Het gebruik van Getijdenboeken raakte in de dertiende eeuw in zwang, eerst in Frankrijk en in de Zuidelijke Nederlanden en verbreidde zich in de veertiende eeuw in heel Europa. Franse, Duitse en Belgische Getijdenboeken zijn voor het grootste deel in het Latijn geschreven, de taal van de Kerk. Het unieke van de latere Nederlandse Getijdenboeken is dat zij geschreven zijn in de volkstaal, het Middelnederlands (vermoedelijk de grote verdienste van Geert Grote). Het Getijdenboek kreeg zijn mystieke karakter omdat - naast de aan het Brevier ontleende gebeden - er ook gebeden van mystici werden opgenomen. De gebeden van bijvoorbeeld Hendrik Seuse - door Geert Grote in het Middelnederlands vertaald - waren erg geliefd in de Noordelijke Nederlanden terwijl de gebeden van Jan van Ruusbroec erg geliefd waren in de Zuidelijke Nederlanden.

In de tentoonstelling Die Suche nach dem wahren Glauben lieten we rond de Kerst altijd onze collectie Getijdenboeken zien. Vaak aangevuld met collecties Getijdenboeken van anderen - en de reacties van bezoekers was er een van verwondering en bewondering. Toch zijn alle Getijdenboeken in onze collectie facsimile-drukken. Originele Getijdenboeken zijn te kostbaar, ze brengen op veilingen honderdduizenden euro's tot soms zelfs vele miljoenen op. Het voordeel van de facsimile-drukken is dat je de boekjes mag doorbladeren en zo met eigen ogen kunt zien wat er allemaal in te vinden is. In Nederland bezit de Koninklijke Bibliotheek samen met Museum Meermanno een van de grootste collecties Getijdenboeken die nagenoeg nooit aan het (dag)licht blootgesteld kunnen worden. Facsimile-drukken - mits goed gedaan - zijn dus een 'zegen'. 

Onze collectie Getijdenboeken:
Getijdenboek Belles Heures du Duc de Berry / facsimile (1975), ca. 1400
Getijdenboek Notre-Dame / facsimile (1992), ca. 1400
Getijdenboek uit Brugge Vat. Ross. 94 / facsimile (1983), ca.1500
Madonna Getijdenboek Vat.lat. 10293 / facsimile (1987), ca. 1500
Getijdenboek van Engelbrecht II van Nassau / facsimile (1971), ca. 1500
Getijdenboek Markgrafen Christoph I. / facsimile (1978), ca. 1500
Getijdenboek van Anne de Bretagne / facsimile (1984), ca. 1500

Overige handschriften:
Evangeliarium van Pannonhalmi / facsimile (1982), ca.1500 

Mocht een school tijdens de Pasen of Kerst iets bijzonders willen, dan kan de collectie (met presentatiemiddelen en 'vissenkom') in bruikleen worden gegeven. 
Bel het secretariaat van Sellingnet voor meer informatie, telefoon: 074 711 02 62.